Ontwerpwijziging Luchthavenverkeerbesluit Schiphol

De minister van Infrastructuur en Waterstaat wil het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) voor Schiphol wijzigen om daarin het Nieuw Normen- en Handhavingstelsel voor Schiphol (NNHS) juridisch vast te leggen, inclusief het maximumaantal vliegbewegingen van 500.000 per jaar en 29.000 in de nacht.

Wat is de ontwerpwijziging Luchthavenverkeerbesluit Schiphol?

In de Wet luchtvaart uit 2016 zijn de hoofdlijnen van het nieuwe Normen- en Handhavingstelsel (NNHS) opgenomen. De ontwerpwijziging van het LVB bevat hier nu de verdere uitwerking van. De basis van het NNHS is dat zoveel mogelijk geluidpreferente baancombinaties gebruikt worden en dat daarbinnen het verkeer op de meest preferente baan wordt afgehandeld die het minste overlast veroorzaakt. In het ontwerpbesluit wordt het maximumaantal van 500.000 vliegtuigbewegingen vastgelegd en wordt een eerste reductie van 32.000 naar 29.000 nachtvluchten gerealiseerd. Met de wijziging van het LVB wordt een einde gemaakt aan het anticiperend handhaven van de regels van het NNHS door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en wordt ILT in staat gesteld om op overtredingen te kunnen handhaven. Daarnaast worden op grond van het nieuwe stelsel grenswaarden vastgesteld voor de geluidbelasting, het externe veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging, de zogenaamde gelijkwaardigheidscriteria.

In de ontwerpwijziging van het LVB wordt, naast de grenswaarde voor geluidbelasting, een streefwaarde geïntroduceerd voor het aantal ernstig gehinderden in het 48Lden contour. Door deze streefwaarde wordt inzichtelijk of de hinder in de omgeving van Schiphol afneemt.

Als gevolg van de sterke terugval van het aantal vliegtuigbewegingen door de covid-19-pandemie ontstaan kansen om een beheerste ontwikkeling terug naar de maximale capaciteit van 500.000 vliegtuigbewegingen te accommoderen. In het ontwerpbesluit is hiertoe een artikel opgenomen dat deze mogelijkheid creëert. Voor de ontwerpwijziging van het LVB is een milieueffectrapportage opgesteld waarin de milieueffecten zijn bepaald van het NNHS met 500.000 vliegbewegingen.

Het onderstaande figuur geeft de tijdlijn weer tot aan de vaststelling van het definitieve LVB.

Tijdlijn Schiphol

Heeft u algemene vragen over de ontwikkelingen van Schiphol en het LVB? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Ontwikkeling van Schiphol. Klik hier om u aan te melden.

In 2008 is door meerdere partijen aangedrongen op een nieuw geluidsstelsel dat meer flexibel, transparant en beter uitlegbaar is dan het huidige stelsel met handhavingspunten. De Alderstafel Schiphol heeft dit uitgewerkt en hierover in 2008 een eerste advies uitgebracht met aanbevelingen en uitgangspunten voor een nieuw stelsel.

De basis van het NNHS is dat zoveel mogelijk geluidpreferente baancombinaties gebruikt worden en dat daarbinnen het verkeer op de meest preferente baan wordt afgehandeld die het minste overlast veroorzaakt. Op hoofdlijnen is het NNHS en het strikt geluidpreferentieel vliegen vormgegeven in de volgende vier regels die zijn uitgewerkt in het gewijzigde LVB:

  1. De eerste regel richt zich op het inzetten van de meest geluidpreferente baancombinatie. Die combinatie wordt ingezet, die gegeven de omstandigheden, het minste aantal ‘ernstig gehinderden’ oplevert.
  2. De tweede regel richt zich erop om de inzet van een secundaire start- of landingsbaan zoveel mogelijk te beperken. Er wordt pas een tweede startbaan of tweede landingsbaan in gebruik genomen als het verkeersaanbod daartoe noodzaakt.
  3. De derde regel geeft aan hoe het verkeer over respectievelijk twee startbanen of twee landingsbanen moet worden verdeeld in het geval er vanwege een start- of landingspiek twee startbanen of twee landingsbanen in gebruik zijn.
  4. De vierde regel stelt een maximum aan het aantal vliegtuigbewegingen op de vierde baan (gemiddeld en per dag).

     

Ook zijn in de ontwerpwijziging, op grond van het NNHS, grenswaarden vastgesteld, de zogenaamde gelijkwaardigheidscriteria. Het betreft grenswaarden voor 1) de geluidbelasting, binnen de verschillende contouren, 2) het externe veiligheidsrisico en 3) de lokale luchtverontreiniging. De maximum hoeveelheid geluid (MHG) wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. Ook de MHG is een handhaafbare grenswaarde.

Heeft u specifieke vragen over het NNHS? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Nieuw Normen- en Handhavingstelsel. Klik hier om u aan te melden.

Met de ontwerpwijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) wordt een maximumaantal nachtvluchten vastgesteld op 29.000. Hiermee wordt het aantal nachtvluchten verminderd met 3.000 vanaf het huidige maximumaantal 32.000. Zoals aangekondigd in de Luchtvaartnota (november 2020) en in het kader van de steun aan de KLM is deze vermindering onderdeel van een stapsgewijze vermindering van het aantal nachtvluchten naar 25.000.

Heeft u vragen over nachtvluchten? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Nachtvluchten. Klik hier om u aan te melden.

Nieuw element in het LVB is de introductie van een streefwaarde voor de reductie van het aantal ernstig gehinderden in het 48Lden contour. Op deze manier maakt het LVB inzichtelijk of en in hoeverre de luchtvaartsector zich voortdurend blijft inspannen voor een afname van hinder in de omgeving van Schiphol.

Als gevolg van de sterke terugval van het aantal vliegtuigbewegingen door de covid-19-pandemie ontstaan kansen om een beheerste ontwikkeling terug naar de maximale capaciteit van 500.000 vliegtuigbewegingen te accommoderen. In het ontwerpbesluit is hiertoe een artikel opgenomen dat deze mogelijkheid creëert.

Heeft u vragen over het gefaseerd herstel en de streefwaarden ernstig gehinderden? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Gefaseerd herstel en streefwaarden ernstig gehinderden

Klik hier om u aan te melden.

Alles over de online informatiebijeenkomsten

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat organiseert online informatiebijeenkomsten. Via de onderstaande linken krijgt u hierover meer informatie en kunt u zich inschrijven.

Milieueffectrapport

Het milieueffectrapport beschrijft de milieueffecten van het gebruik van de start- en landingsbanen volgens het nieuwe stelsel en de ontwikkeling van de luchtvaart op de luchthaven Schiphol naar 500.000 vliegbewegingen. Duidelijk wordt wat de te verwachten milieueffecten zijn van aanpassing van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol aan het nieuwe stelsel. Een passende beoordeling van de gevolgen voor Natura 2000-gebieden maakt deel uit van het milieueffectrapport. 

Deze passende beoordeling is ook onderdeel van de vergunningsaanvraag door Schiphol vanuit de Wet Natuurbescherming. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) besluit over deze vergunningsaanvraag. Op 16 februari is de zienswijzenprocedure gestart voor de ontwerpvergunning. Meer informatie hierover is te vinden op www.rvo.nl/vergunning-airport-schiphol.

De gegevens in het milieueffectrapport worden door het bevoegd gezag gebruikt om te beoordelen of de voorgenomen activiteit kan worden uitgevoerd binnen de kaders van beleid en regelgeving en of de resulterende milieueffecten acceptabel zijn. Amsterdam Airport Schiphol heeft het initiatief genomen tot deze m.e.r.-procedure. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is voor deze procedure het bevoegd gezag. Op dit moment wordt het Milieueffectrapport door de Commissie voor de m.e.r. beoordeeld.

Verderop kunt u lezen over de situaties die onderzocht zijn in het milieueffectrapport en de verschillende thema’s waarvoor de milieueffecten in beeld zijn gebracht.

De onderzochte situaties in het milieueffectrapport

Het milieueffectrapport beschrijft de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en zet deze af tegen de referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie waarbij het Luchthavenverkeerbesluit niet wordt gewijzigd en het vliegverkeer de omvang heeft die daarbij mogelijk is. De voorgenomen activiteit is de situatie waarbij de start- en landingsbanen volgens het nieuwe stelsel worden gebruikt en de ontwikkeling van de luchtvaart naar 500.000 vliegbewegingen mogelijk is.

De effecten van de voorgenomen activiteit zijn daarmee het gevolg van het vliegen volgens de regels van het nieuwe stelsel én de ontwikkeling van de luchtvaart op Schiphol die door de aanpassing van het stelsel mogelijk is. Deze deeleffecten zijn in het MER afzonderlijk in kaart gebracht door de referentiesituatie en de voorgenomen activiteit te beschouwen bij de volgende situaties:

  • de situatie in gebruiksjaar 2015, met 450.000 vliegtuigbewegingen;
  • de situatie in gebruiksjaar 2020, met 500.000 vliegtuigbewegingen.
onderzochte situaties milieueffectrapport

Milieueffecten per thema

In 2015 is de m.e.r.-procedure gestart met de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hier zijn zienswijzen op binnengekomen. Het bevoegd gezag heeft vervolgens een Nota van Antwoord opgesteld en daarin zijn de kaders voor het op te stellen MER opgenomen. Hieronder leest u welke thema’s in het milieueffectrapport zijn onderzocht. Heeft u algemene vragen rondom het milieueffectrapport? Of over een thema dat niet aan bod komt in een van de verdiepende themasessies? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

De voorgenomen wijziging van het gebruik van de luchthaven is niet van invloed op de ligging van de start- en landingsroutes, maar wel op de intensiteit van het gebruik van deze routes. Enkele van deze routes leiden het vliegverkeer over Natura 2000-gebieden. De effecten van het vliegverkeer op beschermde natuurwaarden zijn onderzocht voor de onderwerpen verstoring (geluid en visueel), het NatuurNetwerk Nederland, beschermde soorten, vogelaantrekkende werking en stikstofdepositie. De effecten van de voorgenomen activiteit zijn beoordeeld door de situatie bij 500.000 vliegtuigbewegingen af te zetten tegen de maximale gebruiksruimte op grond van het luchthavenverkeerbesluit Schiphol van 2008. Een passende beoordeling van de gevolgen voor Natura 2000-gebieden maakt deel uit van het milieueffectrapport.

Heeft u een vraag over het thema Natuur? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Natuur. Klik hier om u aan te melden.

Luchtkwaliteit wordt bepaald door de concentraties op leefniveau (immissies) van stoffen in de atmosfeer die de gezondheid en het milieu negatief kunnen beïnvloeden. Deze concentraties zijn de som van de achtergrondconcentraties (uit alle lokale en niet-lokale emissiebronnen) en de bijdragen van het luchtverkeer, het wegverkeer (de verkeer aantrekkende werking) en het platform gebonden wegverkeer van luchthaven Schiphol (lokale bronnen). De onderzochte stoffen betreffen NO2, PM10, PM2,5, EC en UFP. De Wet milieubeheer geeft grenswaarden voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5. In het MER wordt getoetst of aan deze grenswaarden wordt voldaan. Voor de fracties EC en UFP bestaan nog geen grenswaarden.

Heeft u een vraag over het thema Luchtkwaliteit? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Luchtkwaliteit. Klik hier om u aan te melden.

Van geluidhinder, slaapverstoring, verhoogde bloeddruk en concentratieproblemen is bekend dat er een relatie is met het vliegverkeer rond de luchthaven Schiphol. Dit MER beschrijft de effecten voor geluidbelasting door het vliegverkeer. Daarbij zijn de totale hoeveelheid geluid, de verdeling van het geluid over de omgeving, de aantallen geluid belaste woningen en de aantallen door vliegtuiggeluid ernstig gehinderde en slaapverstoorde personen bepaald. Het aantal ernstig gehinderde personen wordt vervolgens bepaald door gebruik te maken van de ‘dosis-effect relaties’ die zijn afgeleid in de Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol (GES). Deze relaties geven bij een bepaalde hoeveelheid geluid (in jaargemiddelde Lden en Lnight) het percentage mensen dat bij die geluidbelasting respectievelijk ernstig gehinderd of ernstig slaapverstoord is. Ook wordt ingegaan op grondgebonden geluid, grondgeluid en de geluidbelasting op stiltegebieden.

Heeft u een vraag over het thema Geluid? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Geluid. Klik hier om u aan te melden.

De externe veiligheid betreft de risico’s in de omgeving van de luchthaven als gevolg van een vliegtuigongeval. Dit MER beschrijft de effecten van de verschillende situaties op de externe veiligheid. Hierbij is gekeken naar het totaal risicogewicht, het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de aanwezige gevaarlijke industrieën in relatie tot externe risico’s van de luchtvaart.

Heeft u een vraag over het thema Externe veiligheid? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

Eén van de doelstellingen van de Klimaattafel Duurzame Luchtvaart is om in 2030 geen CO2 uitstoot op de luchthavens te hebben en de CO2-emissies van de internationale commerciële luchtvaart vanuit Nederland te reduceren tot het niveau van 2005. Deze doelstelling betreft de totale uitstoot over de gehele vlucht. De in dit MER beschouwde CO2-emissies betreffen de lokale emissies op en rondom Schiphol welke slechts een klein deel vormen van de uitstoot over de gehele vlucht.

Heeft u een vraag over het thema Klimaat? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

De voorgenomen activiteit brengt geen activiteiten met zich mee die direct invloed hebben op de kwaliteit van bodem en water. Wel kunnen indirecte effecten plaatsvinden die te maken hebben met het ijsvrij maken van de vliegtuigen onder winterse omstandigheden.

Heeft u een vraag over het thema Bodem en grondwater? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

De gebieden en regels voor woningbouw in de omgeving van Schiphol zijn vastgelegd in het Luchthaveninrichtingsbesluit (LIB). Deze wijzigen nu niet. In het MER is onderzocht hoe de maximale lokale effecten voor geluid en externe veiligheid in de maximale situatie zich verhouden tot de in het vigerende LIB gedefinieerde zones.

Heeft u een vraag over het thema Ruimtelijke ordening? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

De voorgenomen activiteit heeft een verkeer aantrekkende werking door het toenemen van het aantal vliegbewegingen in vergelijking met de referentiesituatie. Voor het onderzoek naar luchtkwaliteit en stikstofdepositie speelt het (totale) wegverkeer een grote rol. Naast het overige wegverkeer is het extra wegverkeer hierin meegenomen.

Heeft u een vraag over het thema Wegverkeer? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Milieueffectrapport: Algemeen. Klik hier om u aan te melden.

In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het MER is aangegeven dat zal worden bezien of de effecten van de voorgenomen activiteit op de concentratie van een aantal luchtverontreinigende stoffen aanleiding zijn om de impact op de gezondheid nader te onderzoeken. Het MER constateert dat zowel de referentiesituatie als de voorgenomen activiteit voldoet aan de eisen voor een gelijkwaardig of beter beschermingsniveau en de Wet milieubeheer. Gelet op deze resultaten is er geen noodzaak om in het kader van dit MER nader onderzoek te doen naar de impact van de emissies op de gezondheid.

Uit recent onderzoek door het RIVM is gebleken dat luchtvaart een bron is van ultrafijnstof en dat er wereldwijd nauwelijks iets bekend is over de gezondheidseffecten van blootstelling aan ultrafijnstof. Zodoende heeft het kabinet besloten om het RIVM een meerjarig onderzoeksprogramma uit te laten voeren naar de gezondheidseffecten van ultrafijnstof. De luchthaven Schiphol fungeert als onderzoekslocatie.

Heeft u een vraag over het thema Gezondheid? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Geluid óf Luchtkwaliteit. Klik hier om u aan te melden.

Informatieplatform Luchtvaart-Informatiebijeenkomsten

Online informatiebijeenkomsten

De ontwerpwijziging van het LVB en het MER liggen van 2 maart tot en met 29 maart 2021 ter inzage, waarbij iedereen een zienswijze kan indienen. Tijdens deze periode organiseert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat online informatiebijeenkomsten om u te informeren over de ontwerpwijziging van het LVB, het milieueffectrapport en de zienswijzenprocedure. Deze informatiebijeenkomsten bestaan uit twee onderdelen:

  1. Plenaire presentatie ontwerpwijziging luchthavenverkeerbesluit Schiphol en MER
  2. Verdiepende themasessies waar u terecht kunt met uw vragen en in gesprek kunt gaan met deskundigen

Zienswijzenprocedure ontwerpwijziging Luchthavenverkeerbesluit Schiphol

Vanaf 2 maart tot en met 29 maart 2021 kunt u een zienswijze indienen op de ontwerpwijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) voor Schiphol.

Voor meer informatie over de zienswijzenprocedure en het indienen van een zienswijzen en de documenten waar u een zienswijze op kunt indienen, kunt u terecht op www.platformparticipatie.nl/luchthavenverkeerbesluit of via onderstaande link.

Heeft u vragen rondom de zienswijzenprocedure van de ontwerpwijziging van het LVB, bijvoorbeeld: hoe dien ik een zienswijze in? Tijdens de informatiebijeenkomst kunt u deze vragen stellen in de themasessie: Zienswijzenprocedure ontwerpwijziging LVB. Klik hier om u aan te melden.

Hieronder vindt u een schematische weergave van de stappen voor het indienen van een zienswijze. Klik op te afbeelding om in te zoomen.

Standaard zienswijzeprocedure

Veelgestelde vragen over de ontwerpwijziging Luchthavenverkeerbesluit (LVB)

  • Met de wijziging van het LVB, dat de ministerraad in december heeft vastgesteld, wordt een einde gemaakt aan het zogenaamd anticiperend handhaven van de regels van het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS) door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

  • De basis van het besluit is het NNHS, waarin zoveel mogelijk geluidpreferente baancombinaties gebruikt worden waarbinnen het verkeer op de meest preferente baan wordt afgehandeld die het minste overlast veroorzaakt.

  • In het ontwerpbesluit wordt het maximum aantal van 500.000 vliegtuigbewegingen vastgelegd en wordt een reductie van 32.000 naar 29.000 nachtvluchten gerealiseerd.
  • Het wetsvoorstel voor de invoering van het NNHS is in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen en op 18 december 2020 met de wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) vastgesteld.

  • Het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel schrijft voor dat Schiphol de start- en landingsbanen inzet die gegeven de omstandigheden (bijvoorbeeld weer en zicht) het minste hinder voor de omgeving opleveren. Dit op basis van vier regels voor het baangebruik die worden vastgelegd in het LVB. De Inspectie Leefomgeving en Transport handhaaft hier op.

  • De 4e baanregel is één van de vier regels voor het baangebruik. Deze regel beperkt het tegelijk inzetten van 2 start- en 2 landingsbanen.

  • Deze regel is aangescherpt naar aanleiding van het verslag van Alders van januari 2019.

  • Bunching (het vormen van een wachtrij af te handelen vliegtuigen door LVNL) die niet het gevolg is van een onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheid, wordt nadrukkelijk niet meer beschouwd als onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheid
  • De Tweede Kamer heeft in 2008 en 2015 als uitwerking van het Aldersakkoord en het latere Aldersadvies ingestemd met een ontwikkelruimte op Schiphol tot 500.000 vliegtuigbewegingen tot en met 2020 binnen de criteria voor gelijkwaardigheid.
  • Gefaseerd herstel houdt in dat, als er slots vrij komen op Schiphol, deze zoveel mogelijk geleidelijk (jaarlijks) opnieuw worden vrijgegeven, in plaats van in één keer.

  • In het ontwerpbesluit is een artikel opgenomen dat deze mogelijkheid creëert, binnen de strikte internationale regels.

  • Met dit besluit wordt het maximumaantal nachtvluchten verminderd met 3.000, van 32.000 naar 29.000. Daarmee wordt het aantal nachtvluchten op Schiphol eerder en sneller naar beneden gebracht dan oorspronkelijk voorzien.

Veelgestelde vragen over het Milieueffectrapport (MER)

  • Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken

  • Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld.

  • De mer-procedure heeft als hoofddoel te zorgen dat het milieubelang volwaardig mee kan wegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

  • Dit wordt gedaan door de milieugevolgen van het initiatief of de activiteit en reële alternatieven hiervoor systematisch, transparant en objectief in beeld te brengen in het zogenoemde milieueffectrapport of MER en maatregelen te beschrijven om negatieve gevolgen te voorkomen of te beperken. Voor meer informatie verwijs ik u naar www.infomil.nl

  • De kwaliteit van het MER bij plannen en complexe besluiten wordt getoetst door de onafhankelijke landelijke Commissie voor de milieueffectrapportage. Voor meer informatie verwijs ik u naar www.commissiemer.nl

  • In de zienswijzeprocedure wordt één ieder de mogelijkheid geboden om zijn of haar zienswijze naar voren te brengen op het MER.
  • Dit MER dient ter onderbouwing van de wijziging van het LVB voor de invoering van een Nieuw Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS).

  • Het beschrijft de milieueffecten van het gebruik van de start- en landingsbanen volgens het nieuwe stelsel en de ontwikkeling van de luchtvaart op de luchthaven Schiphol naar 500.000 vliegtuigbewegingen die hierdoor mogelijk is.

  • De gegevens in het milieueffectrapport worden gebruikt om te beoordelen of het nieuwe stelsel met 500.000 vliegtuigbewegingen kan worden uitgevoerd binnen de kaders van beleid en regelgeving en of de resulterende milieueffecten acceptabel zijn.

  • De effecten beschreven in dit MER zijn gebaseerd op prognoses van het vliegverkeer, aannamen en (voorgeschreven) rekenmethoden. Voor de belangrijkste onzekerheden, aannamen en rekenmethoden is in het MER beschreven hoe de effecten in praktijk worden gemonitord en geëvalueerd.
  • Het MER toont aan dat de normen ten aanzien van gelijkwaardigheid bij de situatie van 500.000 vliegtuigbewegingen ruimschoots worden gehaald.
  • Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft Schiphol gevraagd een vergunning aan te vragen op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb).

  • In deze passende beoordeling is het nieuwe stelsel met 500.000 vliegtuigbewegingen vergeleken met het bestaand recht van Schiphol: het luchthavenverkeerbesluit uit 2008.

  • Uit de passende beoordeling blijkt dat de feitelijke stikstofdepositie als gevolg van het nieuwe stelsel met 500.000 vliegtuigbewegingen past binnen de reconstructie van het bestaand recht en dat er daarom geen aanvullende mitigerende maatregelen hoeven te worden getroffen.
  • Uit het MER blijkt dat de effecten van het nieuwe stelsel met 500.000 vliegtuigbewegingen passen binnen de gelijkwaardigheidscriteria en dat ook wordt voldaan aan de regels van het NNHS. Gelijkwaardigheidscriteria zijn wettelijke grenswaarden voor geluid, het externe veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging, waarvan in het verleden is vastgelegd dat deze niet mogen verslechteren bij besluitvorming over Schiphol.

Veelgestelde vragen over de zienswijzenprocedure

  • Van 2 maart tot en met 29 maart 2021 kunt u een zienswijze indienen.

  • Dit kan op 3 manieren: online via www.participatieplatform.nl, telefonisch tijdens kantooruren via 070 456 89 99 en per post: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; Directie Participatie; o.v.v. Luchthavenverkeerbesluit Schiphol, Postbus 20901, 2500 EX Den Haag.
  • Na sluiting van de zienswijzetermijn gaan wij alle ingekomen zienswijzen zorgvuldig analyseren. In een Nota van Antwoord zullen wij inhoudelijk reageren op de ontvangen zienswijzen. De zienswijzen worden, samen met het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, betrokken bij het opstellen van het definitieve besluit tot wijziging van het LVB.
  • Op de website www.luchtvaartindetoekomst.nl vindt u meer informatie over het ontwerpbesluit LVB. Op 9 en 11 maart 2021 organiseert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat online informatiebijeenkomsten waar u vragen kunt stellen aan deskundigen. Via de website www.luchtvaartindetoekomst.nl vindt u meer informatie hierover en kunt u zich inschrijven.

  • Vragen over de procedure kunt u stellen via telefoonnummer 070 456 89 99, directie Participatie van het ministerie van IenW.